naar inhoud

Gemeentebesturen verlagen hun CO2-uitstoot met 10%

2018_04_27_Kempen2020_110.jpg 2018_04_27_Kempen2020_40.jpg 2018_04_27_Kempen2020_72.jpg Afbeelding CO2-besparing gemeentelijk patrimonium.PNG

Met de ondertekening van het Burgemeestersconvenant in 2014 hebben alle 29 Kempense gemeenten  zich geëngageerd om de CO2-uitstoot op hun grondgebied te verminderen. Hoewel de gemeente als organisatie maar een beperkt aandeel heeft in de totale uitstoot, is inzetten op het eigen patrimonium een speerpunt in zowat alle klimaatplannen. Hiermee geven de gemeenten niet alleen het goede voorbeeld, maar is er ook een rechtstreekse impact op de gemeentelijke uitgaven.

Tijd om een tussentijdse balans op te maken. Samen met Eandis, Infrax en de gemeenten maakte IOK een analyse.

Meer dienstverlening met minder CO2

In de periode 2011 – 2017 daalde de CO2 uitstoot van de 29 Kempense gemeenten met 10% en dit ondanks het feit dat de gemeenten in die periode investeerden in meer en betere voorzieningen (denk aan nieuwe administratieve centra, grotere scholen, nieuwe en betere sportvoorzieningen, zwembaden…). Een aantal gemeenten slaagden erin om nog forsere reducties te realiseren. Zo investeerde Vosselaar de voorbije jaren in nieuwe, zuinige verwarmingsinstallaties, waardoor het gemeentebestuur nu maar liefst 31% minder energie verbruikt dan in 2011.

Een extra uitdaging voor de OCMW-besturen

Voor de OCMW besturen is de uitdaging zo mogelijk nog groter. Met de toenemende vergrijzing dient immers sterk geïnvesteerd in meer en een beter aanbod in de zorg. Hierdoor worden energiebesparende ingrepen vaak gemaskeerd of meer dan gecompenseerd door een groei van het zorgpatrimonium. Toch slagen besturen erin om met de juiste keuzes een netto reductie te realiseren.  Zo werd in Hoogstraten een nieuw rust- en verzorgingstehuis (RVT) gerealiseerd met 154 kamers tegenover 90 voordien. Door in het nieuwe RVT gelijktijdig te investeren in energiebesparende maatregelen zoals isolatie, koude-warmte-opslag (KWO) in combinatie met een warmtepomp, daalde het energieverbruik per kamer met 57% (van 21 naar 12 MWh per jaar). Ondanks de uitbreiding stoot het nieuwe RVT jaarlijks 11 ton minder CO2 uit.

Gemeentebesturen blijven investeren in energiebesparing

Naast de realisaties van de afgelopen jaren, werden ook de nog geplande ingrepen voor de volgende jaren in beeld gebracht. Als hiervan de te verwachten CO2-reductie wordt geraamd, dan blijkt dat een reductie van 20% niet langer een vaag wensbeeld is maar een realistisch traject. In de eerste plaats wordt geïnvesteerd in energetische renovatie (een betere isolatieschil) van de gemeentegebouwen. Zo hanteert bijvoorbeeld Rijkevorsel een eigen ’30-30-30-richtlijn’ die ervoor zorgt dat zowel renovatie- als nieuwbouwprojecten zeer energiezuinig worden, klaar voor de toekomst.

Daarnaast wordt volop ingezet op alternatieve, klimaatvriendelijke energievoorziening van de eigen gebouwen:

  • Mol en Dessel zullen pionieren door hun gebouwenpatrimonium aan te sluiten op het warmtenet gevoed door diepe geothermie, dat vandaag in uitvoering is.
  • In Merksplas zal op korte termijn het aanwezige warmtenet op de site Kolonie omgeschakeld worden naar een klimaatneutrale energiebron biomethaan, dat gewonnen wordt uit Kempens GFT afval .
  • Meerhout investeert in een warmtenet voor de scholencampus (en omgeving), gevoed door duurzame warmte uit lokaal geoogst landschapshout. Meerhout zal dan – naast Kasterlee – de tweede gemeente zijn met warmte uit lokaal hout.
foto